Warmtepomp: elektrisch verwarmen 

Een warm huis zonder aardgas: dat kan duurzaam met een warmtepomp. Met deze elektrische verwarming wordt jouw klimaatimpact meteen een flink stuk kleiner. En als je nú een warmtepomp koopt, kun je subsidie krijgen. 

 

Welke warmtepompen plaatsen wij? 

Een volledig elektrische warmtepomp zorgt voor verwarming van je huis en al je warme water in de badkamer en keuken. Als je ook elektrisch gaat koken, woon je zonder aardgas. Deze warmtepomp wordt ook wel combi, volledig of all-electric genoemd. 

Een hybride warmtepomp werkt samen met je cv-ketel. Hij zorgt op de meeste dagen voor de warmte in huis, de cv-ketel springt alleen bij als het erg koud is en zorgt voor je warme water in de badkamer en keuken. Het is een makkelijke tussenstap naar wonen zonder aardgas. 

Waarom is een warmtepomp duurzaam? 

Een warmtepomp haalt warmte uit de lucht, bodem of het grondwater en maakt daar een bruikbare temperatuur van. Een warmtepomp doet dat heel efficiënt: van 1 kWh stroom maakt een warmtepomp 2 tot 5 kWh warmte. 

De warmtepomp gebruikt stroom: je zult dus merken dat je stroomverbruik toeneemt. Daar staat tegenover dat je geen (of bij een hybride warmtepomp: de helft minder) gas gebruikt. Alles bij elkaar gaat jouw CO2-uitstoot door verwarming en warm water omlaag, ook al is in Nederland de stroom nog lang niet 100% duurzaam. Vergeleken met een hr-ketel op gas is jouw CO2-uitstoot door verwarming en warm water veel lager: 

  • Met een hybride warmtepomp zo’n 20% lager.
  • Met een volledige warmtepomp met de buitenlucht als bron zo’n 30% lager. 
  • Met een volledige warmtepomp met bodembron zo’n 45% lager. 
Als in de toekomst alle stroom duurzaam is, gaat de CO2-uitstoot van volledige warmtepompen zelfs naar nul.

Hoe werkt een warmtepomp op buitenlucht? 

Je kunt de werking van een warmtepomp vergelijken met die van een koelkast. Een koelkast koelt doordat hij warmte verzamelt uit de lucht in de koelkast, en geeft die warmte af aan de lucht buiten de koelkast. Een warmtepomp verzamelt warmte buiten je huis (uit buitenlucht, de bodem of het grondwater) en geeft die binnen in huis af. Daarvoor hoeft de buitenlucht of de bodem niet warmer te zijn dan de temperatuur in huis: een warmtepomp kan ook warmte uit de lucht (of bodem) halen als het buiten koud is. 

Warm water 

Volledige (all-electric) warmtepompen zorgen voor verwarming én warm water. Voor warm water heeft zo’n warmtepomp een voorraadvat. Dat wordt langzaam opgewarmd tot zo’n 55°C (hoger kan een warmtepomp niet aan). Minimaal één keer in de week wordt de temperatuur met een elektrisch verwarmingselement (zoals van een elektrische boiler) verhoogd naar 60 graden (en kort naar 70 graden) om het risico op legionellabesmetting te voorkomen. Ook moet het water bij de kraan altijd minimaal 55 graden zijn. Dat kost extra stroom, maar is nodig voor de veiligheid. 

Hoe krijg je het huis warm met een warmtepomp? 

Een warmtepomp warmt het verwarmingswater meestal op tot 35 tot 55 graden, een cv-ketel staat meestal afgesteld op 60 tot 80 graden. Een warmtepomp werkt dus met een lagere temperatuur. Daarmee kan je huis toch snel genoeg warm worden, als je radiatoren of de vloerverwarming (je afgiftesysteem) hiervoor geschikt zijn. 

Heb je andere radiatoren nodig? 

Oude, slecht geïsoleerde huizen zijn gebouwd met grote radiatoren. Als zo’n huis later goede isolatie heeft gekregen, dan zijn de bestaande radiatoren vaak groot genoeg om het huis met lagere temperatuur goed te verwarmen. Lukt dat niet, dan kun je een paar dingen (laten) aanpassen: 

  • Je kunt je bestaande radiatoren verbeteren met speciale radiator-ventilatoren (climate boosters).
  • Je kunt een of meer radiatoren in de woonkamer, keuken en badkamer laten vervangen door grotere of dikkere radiatoren of door speciale radiatoren voor lage temperatuur (‘low H2O’). Je kunt ook 1 of 2 radiatoren bijplaatsen.
  • Je kunt vloerverwarming of wandverwarming laten aanleggen: die werken juist met lage temperaturen.

Als je afgiftesysteem (radiatoren, vloerverwarming) goed bij je huis past, kan de temperatuur van het verwarmingswater zo laag mogelijk blijven en werkt de warmtepomp het zuinigst.  

Volledige warmtepomp: thermostaat niet te laag zetten 

Verwarmen met lagere temperatuur heeft een voordeel: je hebt een heel gelijkmatige warmte in huis. Het werkt wel wat trager. Je moet je huis daarom wat anders gaan verwarmen dan je gewend bent. Bij een volledige warmtepomp laat je de thermostaat ‘s nachts bijvoorbeeld op 17 of 18 graden staan (in plaats van 15). Omdat je huis goed geïsoleerd is (en dat is het, anders begin je niet aan een volledige warmtepomp), verlies je hiermee niet veel warmte.

Waar zet je de buitenunit neer? 

Een hybride warmtepomp en een volledige warmtepomp op buitenlucht hebben een buiten-unit, die lijkt op een airco. De ventilator van deze buitenunit maakt geluid als de warmtepomp draait. Dat is vooral in de herfst, winter en het vroege voorjaar, als je de ramen dicht hebt en geluiden van buiten dus minder hoort. Maar een volledige warmtepomp kan ook ‘s nachts aangaan en werkt ook in de zomer voor warm water. Zet de buitenunit daarom op een plek waar jij en de buren er weinig last van hebben. Er zijn geluiddempende kasten te koop. 

Waar zet je de buitenunit bijvoorbeeld neer? 

  • Aan de zijkant van je huis.
  • Bij of achter een schuurtje of in een buitenkast (dan kun je hem ook uit het zicht zetten).
  • Op het dak van een aanbouw (als het dak niet gevoelig is voor trillingen).
  • Niet te dicht bij de buren.
  • Niet bij een slaapkamerraam dat vaak open staat.
  • Niet op het dak boven de woon- of slaapkamer.